Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 173
Deze week 604
Deze maand 9021
Sinds 10-2008 2975288

Zoenen - Baciare




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te zoenen baciare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik zoen io bacio
jij zoent tu baci
hij / zij zoent lui / lei bacia
wij zoenen noi baciamo
jullie zoenen voi baciate
zij zoenen loro baciano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het zoenen io sto baciando
jij bent aan het zoenen tu stai baciando
hij / zij is aan het zoenen lui / lei sta baciando
wij zijn aan het zoenen noi stiamo baciando
jullie zijn aan het zoenen voi state baciando
zij zijn aan het zoenen loro stanno baciando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik zoende io baciavo
jij zoende tu baciavi
hij / zij zoende lui / lei baciava
wij zoenden noi baciavamo
jullie zoenden voi baciavate
zij zoenden loro baciavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gezoend io ho baciato
jij hebt gezoend tu hai baciato
hij / zij heeft gezoend lui / lei ha baciato
wij hebben gezoend noi abbiamo baciato
jullie hebben gezoend voi avete baciato
zij hebben gezoend loro hanno baciato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gezoend io baciai
jij hebt gezoend tu baciasti
hij / zij heeft gezoend lui / lei baciò
wij hebben gezoend noi baciammo
jullie hebben gezoend voi baciaste
zij hebben gezoend loro baciarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gezoend io avevo baciato
jij had gezoend tu avevi baciato
hij / zij had gezoend lui / lei aveva baciato
wij hadden gezoend noi avevamo baciato
jullie hadden gezoend voi avevate baciato
zij hadden gezoend loro avevano baciato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gezoend io ebbi baciato
jij had gezoend tu avesti baciato
hij / zij had gezoend lui / lei ebbe baciato
wij hadden gezoend noi avemmo baciato
jullie hadden gezoend voi aveste baciato
zij hadden gezoend loro ebbero baciato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal zoenen io bacerò
jij zal zoenen tu bacerai
hij / zij zal zoenen lui / lei bacerà
wij zullen zoenen noi baceremo
jullie zullen zoenen voi bacerete
zij zullen zoenen loro baceranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gezoend io avrò baciato
jij zal hebben gezoend tu avrai baciato
hij / zij zal hebben gezoend lui / lei avrà baciato
wij zullen hebben gezoend noi avremo baciato
jullie zullen hebben gezoend voi avrete baciato
zij zullen hebben gezoend loro avranno baciato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik zoen che io baci
dat je zoent che tu baci
dat hij / zij zoent che lui / lei baci
dat wij zoenen che noi baciamo
dat jullie zoenen che voi baciate
dat zij zoenen che loro bacino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik zoende che io baciassi
dat je zoende che tu baciassi
dat hij / zij zoende che lui / lei baciasse
dat wij zoenden che noi baciassimo
dat jullie zoenden che voi baciaste
dat zij zoenden che loro baciassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gezoend che io abbia baciato
dat je hebt gezoend che tu abbia baciato
dat hij / zij heeft gezoend che lui / lei abbia baciato
dat wij hebben gezoend che noi abbiamo baciato
dat jullie hebben gezoend che voi abbiate baciato
dat zij hebben gezoend che loro abbiano baciato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gezoend che io avessi baciato
dat je had gezoend che tu avessi baciato
dat hij / zij had gezoend che lui / lei avesse baciato
dat wij hadden gezoend che noi avessimo baciato
dat jullie hadden gezoend che voi aveste baciato
dat zij hadden gezoend che loro avessero baciato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou zoenen io bacerei
jij zou zoenen tu baceresti
hij / zij zou zoenen lui / lei bacerebbe
wij zouden zoenen noi baceremmo
jullie zouden zoenen voi bacereste
zij zouden zoenen loro bacerebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gezoend io avrei baciato
jij zou hebben gezoend tu avresti baciato
hij / zij zou hebben gezoend lui / lei avrebbe baciato
wij zouden hebben gezoend noi avremmo baciato
jullie zouden hebben gezoend voi avreste baciato
zij zouden hebben gezoend loro avrebbero baciato
   
Gebiedende wijs Imperativo
zoen ! (tu) bacia !
zoen ! (Lei) baci !
laten we zoenen ! (noi) baciamo !
zoen ! (voi) baciate !
zoen ! (loro) bacino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
zoenende baciante
   
Verleden tijd Passato
gezoend hebbende baciato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al zoenend baciando
   
Verleden tijd Passato
gezoend hebbend avendo baciato







Citaat van de dag

"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.
I limiti del mio linguaggio significano i limiti del mio mondo. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?