Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 152
Deze week 583
Deze maand 9000
Sinds 10-2008 2975267

Zitten - Sedere




 

 

 

 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te zitten sedere
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik zit io siedo, seggo
jij zit tu siedi
hij / zij zit lui / lei siede
wij zitten noi sediamo
jullie zitten voi sedete
zij zitten loro siedono, seggono
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het zitten io sto sedendo
jij bent aan het zitten tu stai sedendo
hij / zij is aan het zitten lui / lei sta sedendo
wij zijn aan het zitten noi stiamo sedendo
jullie zijn aan het zitten voi state sedendo
zij zijn aan het zitten loro stanno sedendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik zat io sedevo
jij zat tu sedevi
hij / zij zat lui / lei sedeva
wij zaten noi sedevamo
jullie zaten voi sedevate
zij zaten loro sedevano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gezeten io sono seduto
jij hebt gezeten tu sei seduto
hij / zij heeft gezeten lui / lei è seduto
wij hebben gezeten noi siamo seduti
jullie hebben gezeten voi siete seduti
zij hebben gezeten loro sono seduti
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gezeten io sedetti, sedei
jij hebt gezeten tu sedesti
hij / zij heeft gezeten lui / lei sedette, sedé
wij hebben gezeten noi sedemmo
jullie hebben gezeten voi sedeste
zij hebben gezeten loro sedettero, sederono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gezeten io fui seduto
jij had gezeten tu fosti seduto
hij / zij had gezeten lui / lei fu seduto
wij hadden gezeten noi fummo seduti
jullie hadden gezeten voi foste seduti
zij hadden gezeten loro furono seduti
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gezeten io fui seduto
jij had gezeten tu fosti seduto
hij / zij had gezeten lui / lei fu seduto
wij hadden gezeten noi fummo seduti
jullie hadden gezeten voi foste seduti
zij hadden gezeten loro furono seduti
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal zitten io sederò, siederò
jij zal zitten tu sederai, siederai
hij / zij zal zitten lui / lei sederà, siederà
wij zullen zitten noi sederemo, siederemo
jullie zullen zitten voi sederete, siederete
zij zullen zitten loro sederanno, siederanno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gezeten io sarò seduto
jij zal hebben gezeten tu sarai seduto
hij / zij zal hebben gezeten lui / lei sarà seduto
wij zullen hebben gezeten noi saremo seduti
jullie zullen hebben gezeten voi sarete seduti
zij zullen hebben gezeten loro saranno seduti
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik mag zitten che io sieda, segga
dat je moge zitten che tu sieda, segga
dat hij / zij moge zitten che lui / lei sieda, segga
dat wij mogen zitten che noi sediamo
dat jullie mogen zitten che voi sediate
dat zij mogen zitten che loro siedano, seggano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik mocht zitten che io sedessi
dat je mocht zitten che tu sedessi
dat hij / zij mocht zitten che lui / lei sedesse
dat wij mochten zitten che noi sedessimo
dat jullie mochten zitten che voi sedeste
dat zij mochten zitten che loro sedessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb mogen zitten io sia seduto
dat je hebt mogen zitten che tu sia seduto
dat hij / zij heeft mogen zitten che lui / lei sia seduto
dat wij hebben mogen zitten che noi siamo seduti
dat jullie hebben mogen zitten che voi siate seduti
dat zij hebben mogen zitten che loro siano seduti
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had mogen zitten io fossi seduto
dat je had mogen zitten che tu fossi seduto
dat hij / zij had mogen zitten che lui / lei fosse seduto
dat wij hadden mogen zitten che noi fossimo seduti
dat jullie hadden mogen zitten che voi foste seduti
dat zij hadden mogen zitten che loro fossero seduti
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou zitten io sederei, siederei
jij zou zitten tu sederesti, siederesti
hij / zij zou zitten lui / lei sederebbe, siederebbe
wij zouden zitten noi sederemmo, siederemmo
jullie zouden zitten voi sedereste, siedereste
zij zouden zitten loro sederebbero, siederebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gezeten io sarei seduto
jij zou hebben gezeten tu saresti seduto
hij / zij zou hebben gezeten lui / lei sarebbe seduto
wij zouden hebben gezeten noi saremmo seduti
jullie zouden hebben gezeten voi sareste seduti
zij zouden hebben gezeten loro sarebbero seduti
   
Gebiedende wijs Imperativo
zit ! (tu) siedi !
zit ! (Lei) sieda!, segga!
laten we zitten ! (noi) sediamo !
zit ! (voi) sedete !
zit ! (loro) siedano !, seggano!
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
zittende sedere
   
Verleden tijd Passato
gezeten hebbende essere seduto
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al zittend sedendo
   
Verleden tijd Passato
gezeten hebbend essendo seduto

 

 








Citaat van de dag

"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.
I limiti del mio linguaggio significano i limiti del mio mondo. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?