Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 147
Deze week 578
Deze maand 8995
Sinds 10-2008 2975262

Zingen - Cantare




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te zingen cantare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik zing io canto
jij zingt tu canti
hij / zij zingt lui / lei canta
wij zingen noi cantiamo
jullie zingen voi cantate
zij zingen loro cantano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het zingen io sto cantando
jij bent aan het zingen tu stai cantando
hij / zij is aan het zingen lui / lei sta cantando
wij zijn aan het zingen noi stiamo cantando
jullie zijn aan het zingen voi state cantando
zij zijn aan het zingen loro stanno cantando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik zong io cantavo
jij zong tu cantavi
hij / zij zong lui / lei cantava
wij zongen noi cantavamo
jullie zongen voi cantavate
zij zongen loro cantavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gezongen io ho cantato
jij hebt gezongen tu hai cantato
hij / zij heeft gezongen lui / lei ha cantato
wij hebben gezongen noi abbiamo cantato
jullie hebben gezongen voi avete cantato
zij hebben gezongen loro hanno cantato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gezongen io cantai
jij hebt gezongen tu cantasti
hij / zij heeft gezongen lui / lei cantò
wij hebben gezongen noi cantammo
jullie hebben gezongen voi cantaste
zij hebben gezongen loro cantarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gezongen io avevo cantato
jij had gezongen tu avevi cantato
hij / zij had gezongen lui / lei aveva cantato
wij hadden gezongen noi avevamo cantato
jullie hadden gezongen voi avevate cantato
zij hadden gezongen loro avevano cantato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gezongen io ebbi cantato
jij had gezongen tu avesti cantato
hij / zij had gezongen lui / lei ebbe cantato
wij hadden gezongen noi avemmo cantato
jullie hadden gezongen voi aveste cantato
zij hadden gezongen loro ebbero cantato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal zingen io canterò
jij zal zingen tu canterai
hij / zij zal zingen lui / lei canterà
wij zullen zingen noi canteremo
jullie zullen zingen voi canterete
zij zullen zingen loro canteranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gezongen io avrò cantato
jij zal hebben gezongen tu avrai cantato
hij / zij zal hebben gezongen lui / lei avrà cantato
wij zullen hebben gezongen noi avremo cantato
jullie zullen hebben gezongen voi avrete cantato
zij zullen hebben gezongen loro avranno cantato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik zing che io canti
dat je zingt che tu canti
dat hij / zij zingt che lui / lei canti
dat wij zingen che noi cantiamo
dat jullie zingen che voi cantiate
dat zij zingen che loro cantino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik zong che io cantassi
dat je zong che tu cantassi
dat hij / zij zong che lui / lei cantasse
dat wij zongen che noi cantassimo
dat jullie zongen che voi cantaste
dat zij zongen che loro cantassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gezongen che io abbia cantato
dat je hebt gezongen che tu abbia cantato
dat hij / zij heeft gezongen che lui / lei abbia cantato
dat wij hebben gezongen che noi abbiamo cantato
dat jullie hebben gezongen che voi abbiate cantato
dat zij hebben gezongen che loro abbiano cantato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gezongen che io avessi cantato
dat je had gezongen che tu avessi cantato
dat hij / zij had gezongen che lui / lei avesse cantato
dat wij hadden gezongen che noi avessimo cantato
dat jullie hadden gezongen che voi aveste cantato
dat zij hadden gezongen che loro avessero cantato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou zingen io canterei
jij zou zingen tu canteresti
hij / zij zou zingen lui / lei canterebbe
wij zouden zingen noi canteremmo
jullie zouden zingen voi cantereste
zij zouden zingen loro canterebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gezongen io avrei cantato
jij zou hebben gezongen tu avresti cantato
hij / zij zou hebben gezongen lui / lei avrebbe cantato
wij zouden hebben gezongen noi avremmo cantato
jullie zouden hebben gezongen voi avreste cantato
zij zouden hebben gezongen loro avrebbero cantato
   
Gebiedende wijs Imperativo
zing ! (tu) canta !
zing ! (Lei) canti !
laten we zingen ! (noi) cantiamo !
zing ! (voi) cantate !
zing ! (loro) cantino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
zingende cantante
   
Verleden tijd Passato
gezongen hebbende cantato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al zingend cantando
   
Verleden tijd Passato
gezongen hebbend avendo cantato







Citaat van de dag

"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.
I limiti del mio linguaggio significano i limiti del mio mondo. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?