Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 411
Deze week 1518
Deze maand 10258
Sinds 10-2008 2946513

Weten - Sapere




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te weten sapere
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik weet io so
jij weet tu sai
hij / zij weet lui / lei sa
wij weten noi sappiamo
jullie weten voi sapete
zij weten loro sanno
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het weten io sto sapendo
jij bent aan het weten tu stai sapendo
hij / zij is aan het weten lui / lei sta sapendo
wij zijn aan het weten noi stiamo sapendo
jullie zijn aan het weten voi state sapendo
zij zijn aan het weten loro stanno sapendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik wist io sapevo
jij wist tu sapevi
hij / zij wist lui / lei sapeva
wij wisten noi sapevamo
jullie wisten voi sapevate
zij wisten loro sapevano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb geweten io ho saputo
jij hebt geweten tu hai saputo
hij / zij heeft geweten lui / lei ha saputo
wij hebben geweten noi abbiamo saputo
jullie hebben geweten voi avete saputo
zij hebben geweten loro hanno saputo
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb geweten io seppi
jij hebt geweten tu sapesti
hij / zij heeft geweten lui / lei seppe
wij hebben geweten noi sapemmo
jullie hebben geweten voi sapeste
zij hebben geweten loro seppero
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had geweten io avevo saputo
jij had geweten tu avevi saputo
hij / zij had geweten lui / lei aveva saputo
wij hadden geweten noi avevamo saputo
jullie hadden geweten voi avevate saputo
zij hadden geweten loro avevano saputo
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had geweten io ebbi saputo
jij had geweten tu avesti saputo
hij / zij had geweten lui / lei ebbe saputo
wij hadden geweten noi avemmo saputo
jullie hadden geweten voi aveste saputo
zij hadden geweten loro ebbero saputo
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal weten io saprò
jij zal weten tu saprai
hij / zij zal weten lui / lei saprà
wij zullen weten noi sapremo
jullie zullen weten voi saprete
zij zullen weten loro sapranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben geweten io avrò saputo
jij zal hebben geweten tu avrai saputo
hij / zij zal hebben geweten lui / lei avrà saputo
wij zullen hebben geweten noi avremo saputo
jullie zullen hebben geweten voi avrete saputo
zij zullen hebben geweten loro avranno saputo
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik weet che io sappia
dat je weet che tu sappia
dat hij / zij weet che lui / lei sappia
dat wij weten che noi sappiamo
dat jullie weten che voi sappiate
dat zij weten che loro sappiano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik wist che io sapessi
dat je wist che tu sapessi
dat hij / zij wist che lui / lei sapesse
dat wij wisten che noi sapessimo
dat jullie wisten che voi sapeste
dat zij wisten che loro sapessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb geweten che io abbia saputo
dat je hebt geweten che tu abbia saputo
dat hij / zij heeft geweten che lui / lei abbia saputo
dat wij hebben geweten che noi abbiamo saputo
dat jullie hebben geweten che voi abbiate saputo
dat zij hebben geweten che loro abbiano saputo
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had geweten che io avessi saputo
dat je had geweten che tu avessi saputo
dat hij / zij had geweten che lui / lei avesse saputo
dat wij hadden geweten che noi avessimo saputo
dat jullie hadden geweten che voi aveste saputo
dat zij hadden geweten che loro avessero saputo
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou weten io saprei
jij zou weten tu sapresti
hij / zij zou weten lui / lei saprebbe
wij zouden weten noi sapremmo
jullie zouden weten voi sapreste
zij zouden weten loro saprebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben geweten io avrei saputo
jij zou hebben geweten tu avresti saputo
hij / zij zou hebben geweten lui / lei avrebbe saputo
wij zouden hebben geweten noi avremmo saputo
jullie zouden hebben geweten voi avreste saputo
zij zouden hebben geweten loro avrebbero saputo
   
Gebiedende wijs Imperativo
weet ! (tu) sappi !
weet ! (Lei) sappia !
laten we weten ! (noi) sappiamo !
weet ! (voi) sapete !
weet ! (loro) sappiano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
wetende sapiente
   
Verleden tijd Passato
geweten hebbende saputo
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al wetend sapendo
   
Verleden tijd Passato
geweten hebbend avendo saputo







Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?