Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 227
Deze week 658
Deze maand 9075
Sinds 10-2008 2975342

Werken - Lavorare




 

 

 

 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier werken ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

 

Infinitief Infinito
te werken lavorare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik werk io lavoro
jij werkt tu lavori
hij / zij werkt lui / lei lavora
wij werken noi lavoriamo
jullie werken voi lavorate
zij werken loro lavorano
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik werkte io lavoravo
jij werkte tu lavoravi
hij / zij werkte lui / lei lavorava
wij werkten noi lavoravamo
jullie werkten voi lavoravate
zij werkten loro lavoravano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gewerkt io ho lavorato
jij hebt gewerkt tu hai lavorato
hij / zij heeft gewerkt lui / lei ha lavorato
wij hebben gewerkt noi abbiamo lavorato
jullie hebben gewerkt voi avete lavorato
zij hebben gewerkt loro hanno lavorato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gewerkt io lavorai
jij hebt gewerkt tu lavorasti
hij / zij heeft gewerkt lui / lei lavorò
wij hebben gewerkt noi lavorammo
jullie hebben gewerkt voi lavoraste
zij hebben gewerkt loro lavorarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gewerkt io avevo lavorato
jij had gewerkt tu avevi lavorato
hij / zij had gewerkt lui / lei aveva lavorato
wij hadden gewerkt noi avevamo lavorato
jullie hadden gewerkt voi avevate lavorato
zij hadden gewerkt loro avevano lavorato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gewerkt io ebbi lavorato
jij had gewerkt tu avesti lavorato
hij / zij had gewerkt lui / lei ebbe lavorato
wij hadden gewerkt noi avemmo lavorato
jullie hadden gewerkt voi aveste lavorato
zij hadden gewerkt loro ebbero lavorato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal werken io lavorerò
jij zal werken tu lavorerai
hij / zij zal werken lui / lei lavorerà
wij zullen werken noi lavoreremo
jullie zullen werken voi lavorerete
zij zullen werken loro lavoreranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gewerkt io avrò lavorato
jij zal hebben gewerkt tu avrai lavorato
hij / zij zal hebben gewerkt lui / lei avrà lavorato
wij zullen hebben gewerkt noi avremo lavorato
jullie zullen hebben gewerkt voi avrete lavorato
zij zullen hebben gewerkt loro avranno lavorato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik mag werken che io lavori
dat je moge werken che tu lavori
dat hij / zij moge werken che lui / lei lavori
dat wij mogen werken che noi lavoriamo
dat jullie mogen werken che voi lavoriate
dat zij mogen werken che loro lavorino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik mocht werken che io lavorassi
dat je mocht werken che tu lavorassi
dat hij / zij mocht werken che lui / lei lavorasse
dat wij mochten werken che noi lavorassimo
dat jullie mochten werken che voi lavoraste
dat zij mochten werken che loro lavorassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb mogen werken che io abbia lavorato
dat je hebt mogen werken che tu abbia lavorato
dat hij / zij heeft mogen werken che lui / lei abbia lavorato
dat wij hebben mogen werken che noi abbiamo lavorato
dat jullie hebben mogen werken che voi abbiate lavorato
dat zij hebben mogen werken che loro abbiano lavorato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had mogen werken che io avessi lavorato
dat je had mogen werken che tu avessi lavorato
dat hij / zij had mogen werken che lui / lei avesse lavorato
dat wij hadden mogen werken che noi avessimo lavorato
dat jullie hadden mogen werken che voi aveste lavorato
dat zij hadden mogen werken che loro avessero lavorato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou werken io lavorerei
jij zou werken tu lavoreresti
hij / zij zou werken lui / lei lavorerebbe
wij zouden werken noi lavoreremmo
jullie zouden werken voi lavorereste
zij zouden werken loro lavorerebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gewerkt io avrei lavorato
jij zou hebben gewerkt tu avresti lavorato
hij / zij zou hebben gewerkt lui / lei avrebbe lavorato
wij zouden hebben gewerkt noi avremmo lavorato
jullie zouden hebben gewerkt voi avreste lavorato
zij zouden hebben gewerkt loro avrebbero lavorato
   
Gebiedende wijs Imperativo
werk ! (tu) lavora !
werk ! (Lei) lavori !
laten we werken ! (noi) lavoriamo !
werk ! (voi) lavorate !
werk ! (loro) lavorino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
werkende lavorante
   
Verleden tijd Passato
gewerkt hebbende lavorato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al werkend lavorando
   
Verleden tijd Passato
gewerkt hebbend avendo lavorato

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.
I limiti del mio linguaggio significano i limiti del mio mondo. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?