Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 396
Deze week 1503
Deze maand 10243
Sinds 10-2008 2946498

Wachten - Aspettare




 

 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

 

Infinitief Infinito
te wachten aspettare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik wacht io aspetto
jij wacht tu aspetti
hij / zij wacht lui / lei aspetta
wij wachten noi aspettiamo
jullie wachten voi aspettate
zij wachten loro aspettano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het wachten io sto aspettando
jij bent aan het wachten tu stai aspettando
hij / zij is aan het wachten lui / lei sta aspettando
wij zijn aan het wachten noi stiamo aspettando
jullie zijn aan het wachten voi state aspettando
zij zijn aan het wachten loro stanno aspettando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik wachtte io aspettavo
jij wachtte tu aspettavi
hij / zij wachtte lui / lei aspettava
wij wachtten noi aspettavamo
jullie wachtten voi aspettavate
zij wachtten loro aspettavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gewacht io ho aspettato
jij hebt gewacht tu hai aspettato
hij / zij heeft gewacht lui / lei ha aspettato
wij hebben gewacht noi abbiamo aspettato
jullie hebben gewacht voi avete aspettato
zij hebben gewacht loro hanno aspettato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gewacht io aspettai
jij hebt gewacht tu aspettasti
hij / zij heeft gewacht lui / lei aspettò
wij hebben gewacht noi aspettammo
jullie hebben gewacht voi aspettaste
zij hebben gewacht loro aspettarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gewacht io avevo aspettato
jij had gewacht tu avevi aspettato
hij / zij had gewacht lui / lei aveva aspettato
wij hadden gewacht noi avevamo aspettato
jullie hadden gewacht voi avevate aspettato
zij hadden gewacht loro avevano aspettato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gewacht io ebbi aspettato
jij had gewacht tu avesti aspettato
hij / zij had gewacht lui / lei ebbe aspettato
wij hadden gewacht noi avemmo aspettato
jullie hadden gewacht voi aveste aspettato
zij hadden gewacht loro ebbero aspettato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal wachten io aspetterò
jij zal wachten tu aspetterai
hij / zij zal wachten lui / lei aspetterà
wij zullen wachten noi aspetteremo
jullie zullen wachten voi aspetterete
zij zullen wachten loro aspetteranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gewacht io avrò aspettato
jij zal hebben gewacht tu avrai aspettato
hij / zij zal hebben gewacht lui / lei avrà aspettato
wij zullen hebben gewacht noi avremo aspettato
jullie zullen hebben gewacht voi avrete aspettato
zij zullen hebben gewacht loro avranno aspettato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik wacht che io aspetti
dat je wacht che tu aspetti
dat hij / zij wachten che lui / lei aspetti
dat wij wachten che noi aspettiamo
dat jullie wachten che voi aspettiate
dat zij wachten che loro aspettino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik wachtte che io aspettassi
dat je wachtte che tu aspettassi
dat hij / zij wachtte che lui / lei aspettasse
dat wij wachtten che noi aspettassimo
dat jullie wachtten che voi aspettaste
dat zij wachtten che loro aspettassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gewacht che io abbia aspettato
dat je hebt gewacht che tu abbia aspettato
dat hij / zij heeft gewacht che lui / lei abbia aspettato
dat wij hebben gewacht che noi abbiamo aspettato
dat jullie hebben gewacht che voi abbiate aspettato
dat zij hebben gewacht che loro abbiano aspettato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gewacht che io avessi aspettato
dat je had gewacht che tu avessi aspettato
dat hij / zij had gewacht che lui / lei avesse aspettato
dat wij hadden gewacht che noi avessimo aspettato
dat jullie hadden gewacht che voi aveste aspettato
dat zij hadden gewacht che loro avessero aspettato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou wachten io aspetterei
jij zou wachten tu aspetteresti
hij / zij zou wachten lui / lei aspetterebbe
wij zouden wachten noi aspetteremmo
jullie zouden wachten voi aspettereste
zij zouden wachten loro aspetterebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gewacht io avrei aspettato
jij zou hebben gewacht tu avresti aspettato
hij / zij zou hebben gewacht lui / lei avrebbe aspettato
wij zouden hebben gewacht noi avremmo aspettato
jullie zouden hebben gewacht voi avreste aspettato
zij zouden hebben gewacht loro avrebbero aspettato
   
Gebiedende wijs Imperativo
wacht ! (tu) aspetta !
wacht ! (Lei) aspetti !
laten we wachten ! (noi) aspettiamo !
wacht ! (voi) aspettate !
wacht ! (loro) aspettino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
wachtende aspettante
   
Verleden tijd Passato
gewacht hebbende aspettato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al wachtend aspettando
   
Verleden tijd Passato
gewacht hebbend avendo aspettato

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?