Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 129
Deze week 560
Deze maand 8977
Sinds 10-2008 2975244

Vliegen - Volare




 

 

 

 

Infinitief Infinito
te vliegen volare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik vlieg io volo
jij vliegt tu voli
hij / zij vliegt lui / lei vola
wij vliegen noi voliamo
jullie vliegen voi volate
zij vliegen loro volano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het vliegen io sto volando
jij bent aan het vliegen tu stai volando
hij / zij is aan het vliegen lui / lei sta volando
wij zijn aan het vliegen noi stiamo volando
jullie zijn aan het vliegen voi state volando
zij zijn aan het vliegen loro stanno volando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik vloog io volavo
jij vloog tu volavi
hij / zij vloog lui / lei volava
wij vlogen noi volavamo
jullie vlogen voi volavate
zij vlogen loro volavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gevlogen io ho volato
jij hebt gevlogen tu hai volato
hij / zij heeft gevlogen lui / lei ha volato
wij hebben gevlogen noi abbiamo volato
jullie hebben gevlogen voi avete volato
zij hebben gevlogen loro hanno volato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gevlogen io volai
jij hebt gevlogen tu volasti
hij / zij heeft gevlogen lui / lei volò
wij hebben gevlogen noi volammo
jullie hebben gevlogen voi volaste
zij hebben gevlogen loro volarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gevlogen io avevo volato
jij had gevlogen tu avevi volato
hij / zij had gevlogen lui / lei aveva volato
wij hadden gevlogen noi avevamo volato
jullie hadden gevlogen voi avevate volato
zij hadden gevlogen loro avevano volato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gevlogen io ebbi volato
jij had gevlogen tu avesti volato
hij / zij had gevlogen lui / lei ebbe volato
wij hadden gevlogen noi avemmo volato
jullie hadden gevlogen voi aveste volato
zij hadden gevlogen loro ebbero volato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal vliegen io volerò
jij zal vliegen tu volerai
hij / zij zal vliegen lui / lei volerà
wij zullen vliegen noi voleremo
jullie zullen vliegen voi volerete
zij zullen vliegen loro voleranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gevlogen io avrò volato
jij zal hebben gevlogen tu avrai volato
hij / zij zal hebben gevlogen lui / lei avrà volato
wij zullen hebben gevlogen noi avremo volato
jullie zullen hebben gevlogen voi avrete volato
zij zullen hebben gevlogen loro avranno volato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik mag vliegen che io voli
dat je moge vliegen che tu voli
dat hij / zij moge vliegen che lui / lei voli
dat wij mogen vliegen che noi voliamo
dat jullie mogen vliegen che voi voliate
dat zij mogen vliegen che loro volino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik mocht vliegen che io volassi
dat je mocht vliegen che tu volassi
dat hij / zij mocht vliegen che lui / lei volasse
dat wij mochten vliegen che noi volassimo
dat jullie mochten vliegen che voi volaste
dat zij mochten vliegen che loro volassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb mogen vliegen che io abbia volato
dat je hebt mogen vliegen che tu abbia volato
dat hij / zij heeft mogen vliegen che lui / lei abbia volato
dat wij hebben mogen vliegen che noi abbiamo volato
dat jullie hebben mogen vliegen che voi abbiate volato
dat zij hebben mogen vliegen che loro abbiano volato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had mogen vliegen che io avessi volato
dat je had mogen vliegen che tu avessi volato
dat hij / zij had mogen vliegen che lui / lei avesse volato
dat wij hadden mogen vliegen che noi avessimo volato
dat jullie hadden mogen vliegen che voi aveste volato
dat zij hadden mogen vliegen che loro avessero volato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou vliegen io volerei
jij zou vliegen tu voleresti
hij / zij zou vliegen lui / lei volerebbe
wij zouden vliegen noi voleremmo
jullie zouden vliegen voi volereste
zij zouden vliegen loro volerebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gevlogen io avrei volato
jij zou hebben gevlogen tu avresti volato
hij / zij zou hebben gevlogen lui / lei avrebbe volato
wij zouden hebben gevlogen noi avremmo volato
jullie zouden hebben gevlogen voi avreste volato
zij zouden hebben gevlogen loro avrebbero volato
   
Gebiedende wijs Imperativo
vlieg ! (tu) vola !
vlieg ! (Lei) voli !
laten we vliegen ! (noi) voliamo !
vlieg ! (voi) volate !
vlieg ! (loro) volino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
vliegende volante
   
Verleden tijd Passato
gevlogen hebbende volato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al vliegend volando
   
Verleden tijd Passato
gevlogen hebbend avendo volato

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.
I limiti del mio linguaggio significano i limiti del mio mondo. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?