Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 171
Deze week 2194
Deze maand 10934
Sinds 10-2008 2947189

Springen - Saltare




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te springen saltare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik spring io salto
jij springt tu salti
hij / zij springt lui / lei salta
wij springen noi saltiamo
jullie springen voi saltate
zij springen loro saltano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het springen io sto saltando
jij bent aan het springen tu stai saltando
hij / zij is aan het springen lui / lei sta saltando
wij zijn aan het springen noi stiamo saltando
jullie zijn aan het springen voi state saltando
zij zijn aan het springen loro stanno saltando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik sprong io saltavo
jij sprong tu saltavi
hij / zij sprong lui / lei saltava
wij sprongen noi saltavamo
jullie sprongen voi saltavate
zij sprongen loro saltavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik ben gesprongen io ho saltato
jij bent gesprongen tu hai saltato
hij / zij is gesprongen lui / lei ha saltato
wij zijn gesprongen noi abbiamo saltato
jullie zijn gesprongen voi avete saltato
zij zijn gesprongen loro hanno saltato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik ben gesprongen io saltai
jij bent gesprongen tu saltasti
hij / zij is gesprongen lui / lei saltò
wij zijn gesprongen noi saltammo
jullie zijn gesprongen voi saltaste
zij zijn gesprongen loro saltarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik was gesprongen io avevo saltato
jij was gesprongen tu avevi saltato
hij / zij was gesprongen lui / lei aveva saltato
wij waren gesprongen noi avevamo saltato
jullie waren gesprongen voi avevate saltato
zij waren gesprongen loro avevano saltato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik was gesprongen io ebbi saltato
jij was gesprongen tu avesti saltato
hij / zij was gesprongen lui / lei ebbe saltato
wij waren gesprongen noi avemmo saltato
jullie waren gesprongen voi aveste saltato
zij waren gesprongen loro ebbero saltato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal springen io salterò
jij zal springen tu salterai
hij / zij zal springen lui / lei salterà
wij zullen springen noi salteremo
jullie zullen springen voi salterete
zij zullen springen loro salteranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal zijn gesprongen io avrò saltato
jij zal zijn gesprongen tu avrai saltato
hij / zij zal zijn gesprongen lui / lei avrà saltato
wij zullen zijn gesprongen noi avremo saltato
jullie zullen zijn gesprongen voi avrete saltato
zij zullen zijn gesprongen loro avranno saltato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik spring che io salti
dat je springt che tu salti
dat hij / zij springt che lui / lei salti
dat wij springen che noi saltiamo
dat jullie springen che voi saltiate
dat zij springen che loro saltino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik sprong che io saltassi
dat je sprong che tu saltassi
dat hij / zij sprong che lui / lei saltasse
dat wij sprongen che noi saltassimo
dat jullie sprongen che voi saltaste
dat zij sprongen che loro saltassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik ben gesprongen che io abbia saltato
dat je bent gesprongen che tu abbia saltato
dat hij / zij is gesprongen che lui / lei abbia saltato
dat wij zijn gesprongen che noi abbiamo saltato
dat jullie zijn gesprongen che voi abbiate saltato
dat zij zijn gesprongen che loro abbiano saltato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik was gesprongen che io avessi saltato
dat je was gesprongen che tu avessi saltato
dat hij / zij was gesprongen che lui / lei avesse saltato
dat wij waren gesprongen che noi avessimo saltato
dat jullie waren gesprongen che voi aveste saltato
dat zij waren gesprongen che loro avessero saltato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou springen io salterei
jij zou springen tu salteresti
hij / zij zou springen lui / lei salterebbe
wij zouden springen noi salteremmo
jullie zouden springen voi saltereste
zij zouden springen loro salterebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou zijn gesprongen io avrei saltato
jij zou zijn gesprongen tu avresti saltato
hij / zij zou zijn gesprongen lui / lei avrebbe saltato
wij zouden zijn gesprongen noi avremmo saltato
jullie zouden zijn gesprongen voi avreste saltato
zij zouden zijn gesprongen loro avrebbero saltato
   
Gebiedende wijs Imperativo
spring ! (tu) salta !
spring ! (Lei) salti !
laten we springen ! (noi) saltiamo !
spring ! (voi) saltate !
spring ! (loro) saltino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
springende saltante
   
Verleden tijd Passato
gesprongen zijnde saltato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al springend saltando
   
Verleden tijd Passato
gesprongen zijnd avendo saltato







Citaat van de dag

"De hel, dat zijn de anderen.
L'inferno sono gli altri. "
- Jean Paul Sartre -
(1905-1980)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?