Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italiƫ-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italiƫ heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italiƫ

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 214
Deze week 2237
Deze maand 10977
Sinds 10-2008 2947232

Slapen - Dormire




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te slapen dormire
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik slaap io dormo
jij slaapt tu dormi
hij / zij slaapt lui / lei dorme
wij slapen noi dormiamo
jullie slapen voi dormite
zij slapen loro dormono
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het slapen io sto dormendo
jij bent aan het slapen tu stai dormendo
hij / zij is aan het slapen lui / lei sta dormendo
wij zijn aan het slapen noi stiamo dormendo
jullie zijn aan het slapen voi state dormendo
zij zijn aan het slapen loro stanno dormendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik sliep io dormivo
jij sliep tu dormivi
hij / zij sliep lui / lei dormiva
wij sliepen noi dormivamo
jullie sliepen voi dormivate
zij sliepen loro dormivano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb geslapen io ho dormito
jij hebt geslapen tu hai dormito
hij / zij heeft geslapen lui / lei ha dormito
wij hebben geslapen noi abbiamo dormito
jullie hebben geslapen voi avete dormito
zij hebben geslapen loro hanno dormito
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb geslapen io dormii
jij hebt geslapen tu dormisti
hij / zij heeft geslapen lui / lei dormì
wij hebben geslapen noi dormimmo
jullie hebben geslapen voi dormiste
zij hebben geslapen loro dormirono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had geslapen io avevo dormito
jij had geslapen tu avevi dormito
hij / zij had geslapen lui / lei aveva dormito
wij hadden geslapen noi avevamo dormito
jullie hadden geslapen voi avevate dormito
zij hadden geslapen loro avevano dormito
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had geslapen io ebbi dormito
jij had geslapen tu avesti dormito
hij / zij had geslapen lui / lei ebbe dormito
wij hadden geslapen noi avemmo dormito
jullie hadden geslapen voi aveste dormito
zij hadden geslapen loro ebbero dormito
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal slapen io dormirò
jij zal slapen tu dormirai
hij / zij zal slapen lui / lei dormirà
wij zullen slapen noi dormiremo
jullie zullen slapen voi dormirete
zij zullen slapen loro dormiranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben geslapen io avrò dormito
jij zal hebben geslapen tu avrai dormito
hij / zij zal hebben geslapen lui / lei avrà dormito
wij zullen hebben geslapen noi avremo dormito
jullie zullen hebben geslapen voi avrete dormito
zij zullen hebben geslapen loro avranno dormito
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik slaap che io dorma
dat je slaapt che tu dorma
dat hij / zij slaapt che lui / lei dorma
dat wij slapen che noi dormiamo
dat jullie slapen che voi dormiate
dat zij slapen che loro dormano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik sliep che io dormissi
dat je sliep che tu dormissi
dat hij / zij sliep che lui / lei dormisse
dat wij sliepen che noi dormissimo
dat jullie sliepen che voi dormiste
dat zij sliepen che loro dormissero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb geslapen che io abbia dormito
dat je hebt geslapen che tu abbia dormito
dat hij / zij heeft geslapen che lui / lei abbia dormito
dat wij hebben geslapen che noi abbiamo dormito
dat jullie hebben geslapen che voi abbiate dormito
dat zij hebben geslapen che loro abbiano dormito
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had geslapen che io avessi dormito
dat je had geslapen che tu avessi dormito
dat hij / zij had geslapen che lui / lei avesse dormito
dat wij hadden geslapen che noi avessimo dormito
dat jullie hadden geslapen che voi aveste dormito
dat zij hadden geslapen che loro avessero dormito
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou slapen io dormirei
jij zou slapen tu dormiresti
hij / zij zou slapen lui / lei dormirebbe
wij zouden slapen noi dormiremmo
jullie zouden slapen voi dormireste
zij zouden slapen loro dormirebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben geslapen io avrei dormito
jij zou hebben geslapen tu avresti dormito
hij / zij zou hebben geslapen lui / lei avrebbe dormito
wij zouden hebben geslapen noi avremmo dormito
jullie zouden hebben geslapen voi avreste dormito
zij zouden hebben geslapen loro avrebbero dormito
   
Gebiedende wijs Imperativo
slaap ! (tu) dormi !
slaap ! (Lei) dorma !
laten we slapen ! (noi) dormiamo !
slaap ! (voi) dormite !
slaap ! (loro) dormano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
slapende dormente, dormiente
   
Verleden tijd Passato
geslapen hebbende dormito
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al slapend dormendo
   
Verleden tijd Passato
geslapen hebbend avendo dormito







Citaat van de dag

"De hel, dat zijn de anderen.
L'inferno sono gli altri. "
- Jean Paul Sartre -
(1905-1980)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?