Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 481
Deze week 1588
Deze maand 10328
Sinds 10-2008 2946584

Roepen - Gridare




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te roepen gridare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik roep io grido
jij roept tu gridi
hij / zij roept lui / lei grida
wij roepen noi gridiamo
jullie roepen voi gridate
zij roepen loro gridano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het roepen io sto gridando
jij bent aan het roepen tu stai gridando
hij / zij is aan het roepen lui / lei sta gridando
wij zijn aan het roepen noi stiamo gridando
jullie zijn aan het roepen voi state gridando
zij zijn aan het roepen loro stanno gridando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik riep io gridavo
jij riep tu gridavi
hij / zij riep lui / lei gridava
wij riepen noi gridavamo
jullie riepen voi gridavate
zij riepen loro gridavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb geroepen io ho gridato
jij hebt geroepen tu hai gridato
hij / zij heeft geroepen lui / lei ha gridato
wij hebben geroepen noi abbiamo gridato
jullie hebben geroepen voi avete gridato
zij hebben geroepen loro hanno gridato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb geroepen io gridai
jij hebt geroepen tu gridasti
hij / zij heeft geroepen lui / lei gridò
wij hebben geroepen noi gridammo
jullie hebben geroepen voi gridaste
zij hebben geroepen loro gridarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had geroepen io avevo gridato
jij had geroepen tu avevi gridato
hij / zij had geroepen lui / lei aveva gridato
wij hadden geroepen noi avevamo gridato
jullie hadden geroepen voi avevate gridato
zij hadden geroepen loro avevano gridato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had geroepen io ebbi gridato
jij had geroepen tu avesti gridato
hij / zij had geroepen lui / lei ebbe gridato
wij hadden geroepen noi avemmo gridato
jullie hadden geroepen voi aveste gridato
zij hadden geroepen loro ebbero gridato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal roepen io griderò
jij zal roepen tu griderai
hij / zij zal roepen lui / lei griderà
wij zullen roepen noi grideremo
jullie zullen roepen voi griderete
zij zullen roepen loro grideranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben geroepen io avrò gridato
jij zal hebben geroepen tu avrai gridato
hij / zij zal hebben geroepen lui / lei avrà gridato
wij zullen hebben geroepen noi avremo gridato
jullie zullen hebben geroepen voi avrete gridato
zij zullen hebben geroepen loro avranno gridato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik roep che io gridi
dat je roept che tu gridi
dat hij / zij roept che lui / lei gridi
dat wij roepen che noi gridiamo
dat jullie roepen che voi gridiate
dat zij roepen che loro gridino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik riep che io gridassi
dat je riep che tu gridassi
dat hij / zij riep che lui / lei gridasse
dat wij riepen che noi gridassimo
dat jullie riepen che voi gridaste
dat zij riepen che loro gridassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb geroepen che io abbia gridato
dat je hebt geroepen che tu abbia gridato
dat hij / zij heeft geroepen che lui / lei abbia gridato
dat wij hebben geroepen che noi abbiamo gridato
dat jullie hebben geroepen che voi abbiate gridato
dat zij hebben geroepen che loro abbiano gridato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had geroepen che io avessi gridato
dat je had geroepen che tu avessi gridato
dat hij / zij had geroepen che lui / lei avesse gridato
dat wij hadden geroepen che noi avessimo gridato
dat jullie hadden geroepen che voi aveste gridato
dat zij hadden geroepen che loro avessero gridato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou roepen io griderei
jij zou roepen tu grideresti
hij / zij zou roepen lui / lei griderebbe
wij zouden roepen noi grideremmo
jullie zouden roepen voi gridereste
zij zouden roepen loro griderebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben geroepen io avrei gridato
jij zou hebben geroepen tu avresti gridato
hij / zij zou hebben geroepen lui / lei avrebbe gridato
wij zouden hebben geroepen noi avremmo gridato
jullie zouden hebben geroepen voi avreste gridato
zij zouden hebben geroepen loro avrebbero gridato
   
Gebiedende wijs Imperativo
roep ! (tu) grida !
roep ! (Lei) gridi !
laten we roepen ! (noi) gridiamo !
roep ! (voi) gridate !
roep ! (loro) gridino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
roepende gridante
   
Verleden tijd Passato
geroepen hebbende gridato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al roepend gridando
   
Verleden tijd Passato
geroepen hebbend avendo gridato







Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?