Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 322
Deze week 1627
Deze maand 10044
Sinds 10-2008 2976311

Nemen - Prendere




 

 

 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te nemen prendere
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik neem io prendo
jij neemt tu prendi
hij / zij neemt lui / lei prende
wij nemen noi prendiamo
jullie nemen voi prendete
zij nemen loro prendono
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het nemen io sto prendendo
jij bent aan het nemen tu stai prendendo
hij / zij is aan het nemen lui / lei sta prendendo
wij zijn aan het nemen noi stiamo prendendo
jullie zijn aan het nemen voi state prendendo
zij zijn aan het nemen loro stanno prendendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik nam io prendevo
jij nam tu prendevi
hij / zij nam lui / lei prendeva
wij namen noi prendevamo
jullie namen voi prendevate
zij namen loro prendevano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb genomen io ho preso
jij hebt genomen tu hai preso
hij / zij heeft genomen lui / lei ha preso
wij hebben genomen noi abbiamo preso
jullie hebben genomen voi avete preso
zij hebben genomen loro hanno preso
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb genomen io presi
jij hebt genomen tu prendesti
hij / zij heeft genomen lui / lei prese
wij hebben genomen noi prendemmo
jullie hebben genomen voi prendeste
zij hebben genomen loro presero
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had genomen io avevo preso
jij had genomen tu avevi preso
hij / zij had genomen lui / lei aveva preso
wij hadden genomen noi avevamo preso
jullie hadden genomen voi avevate preso
zij hadden genomen loro avevano preso
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had genomen io ebbi preso
jij had genomen tu avesti preso
hij / zij had genomen lui / lei ebbe preso
wij hadden genomen noi avemmo preso
jullie hadden genomen voi aveste preso
zij hadden genomen loro ebbero preso
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal nemen io prenderò
jij zal nemen tu prenderai
hij / zij zal nemen lui / lei prenderà
wij zullen nemen noi prenderemo
jullie zullen nemen voi prenderete
zij zullen nemen loro prenderanno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben genomen io avrò preso
jij zal hebben genomen tu avrai preso
hij / zij zal hebben genomen lui / lei avrà preso
wij zullen hebben genomen noi avremo preso
jullie zullen hebben genomen voi avrete preso
zij zullen hebben genomen loro avranno preso
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik neem che io prenda
dat je neemt che tu prenda
dat hij / zij neemt che lui / lei prenda
dat wij nemen che noi prendiamo
dat jullie nemen che voi prendiate
dat zij nemen che loro prendano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik nam che io prendessi
dat je nam che tu prendessi
dat hij / zij nam che lui / lei prendesse
dat wij namen che noi prendessimo
dat jullie namen che voi prendeste
dat zij namen che loro prendessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb genomen che io abbia preso
dat je hebt genomen che tu abbia preso
dat hij / zij heeft genomen che lui / lei abbia preso
dat wij hebben genomen che noi abbiamo preso
dat jullie hebben genomen che voi abbiate preso
dat zij hebben genomen che loro abbiano preso
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had genomen che io avessi preso
dat je had genomen che tu avessi preso
dat hij / zij had genomen che lui / lei avesse preso
dat wij hadden genomen che noi avessimo preso
dat jullie hadden genomen che voi aveste preso
dat zij hadden genomen che loro avessero preso
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou nemen io prenderei
jij zou nemen tu prenderesti
hij / zij zou nemen lui / lei prenderebbe
wij zouden nemen noi prenderemmo
jullie zouden nemen voi prendereste
zij zouden nemen loro prenderebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben genomen io avrei preso
jij zou hebben genomen tu avresti preso
hij / zij zou hebben genomen lui / lei avrebbe preso
wij zouden hebben genomen noi avremmo preso
jullie zouden hebben genomen voi avreste preso
zij zouden hebben genomen loro avrebbero preso
   
Gebiedende wijs Imperativo
neem ! (tu) prendi !
neem ! (Lei) prenda !
laten we nemen ! (noi) prendiamo !
neem ! (voi) prendete !
neem ! (loro) prendano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
nemende prendente
   
Verleden tijd Passato
genomen hebbende preso
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al nemend prendendo
   
Verleden tijd Passato
genomen hebbend avendo preso








Citaat van de dag

"Twee dingen zijn oneindig: het heelal en de menselijke stupiditeit, maar van dat eerste weet ik het niet zeker.
Solo due cose sono infinite, l'universo e la stupidità umana, e non sono sicuro della prima. "
- Albert Einstein -
(1879-1955)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?