Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 474
Deze week 1581
Deze maand 10321
Sinds 10-2008 2946576

Luisteren - Ascoltare




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te luisteren ascoltare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik luister io ascolto
jij luistert tu ascolti
hij / zij luistert lui / lei ascolta
wij luisteren noi ascoltiamo
jullie luisteren voi ascoltate
zij luisteren loro ascoltano
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het luisteren io sto ascoltando
jij bent aan het luisteren tu stai ascoltando
hij / zij is aan het luisteren lui / lei sta ascoltando
wij zijn aan het luisteren noi stiamo ascoltando
jullie zijn aan het luisteren voi state ascoltando
zij zijn aan het luisteren loro stanno ascoltando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik luisterde io ascoltavo
jij luisterde tu ascoltavi
hij / zij luisterde lui / lei ascoltava
wij luisterden noi ascoltavamo
jullie luisterden voi ascoltavate
zij luisterden loro ascoltavano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb geluisterd io ho ascoltato
jij hebt geluisterd tu hai ascoltato
hij / zij heeft geluisterd lui / lei ha ascoltato
wij hebben geluisterd noi abbiamo ascoltato
jullie hebben geluisterd voi avete ascoltato
zij hebben geluisterd loro hanno ascoltato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb geluisterd io ascoltai
jij hebt geluisterd tu ascoltasti
hij / zij heeft geluisterd lui / lei ascoltò
wij hebben geluisterd noi ascoltammo
jullie hebben geluisterd voi ascoltaste
zij hebben geluisterd loro ascoltarono
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had geluisterd io avevo ascoltato
jij had geluisterd tu avevi ascoltato
hij / zij had geluisterd lui / lei aveva ascoltato
wij hadden geluisterd noi avevamo ascoltato
jullie hadden geluisterd voi avevate ascoltato
zij hadden geluisterd loro avevano ascoltato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had geluisterd io ebbi ascoltato
jij had geluisterd tu avesti ascoltato
hij / zij had geluisterd lui / lei ebbe ascoltato
wij hadden geluisterd noi avemmo ascoltato
jullie hadden geluisterd voi aveste ascoltato
zij hadden geluisterd loro ebbero ascoltato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal luisteren io ascolterò
jij zal luisteren tu ascolterai
hij / zij zal luisteren lui / lei ascolterà
wij zullen luisteren noi ascolteremo
jullie zullen luisteren voi ascolterete
zij zullen luisteren loro ascolteranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben geluisterd io avrò ascoltato
jij zal hebben geluisterd tu avrai ascoltato
hij / zij zal hebben geluisterd lui / lei avrà ascoltato
wij zullen hebben geluisterd noi avremo ascoltato
jullie zullen hebben geluisterd voi avrete ascoltato
zij zullen hebben geluisterd loro avranno ascoltato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik luister che io ascolti
dat je luistert che tu ascolti
dat hij / zij luistert che lui / lei ascolti
dat wij luisteren che noi ascoltiamo
dat jullie luisteren che voi ascoltiate
dat zij luisteren che loro ascoltino
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik luisterde che io ascoltassi
dat je luisterde che tu ascoltassi
dat hij / zij luisterde che lui / lei ascoltasse
dat wij luisterden che noi ascoltassimo
dat jullie luisterden che voi ascoltaste
dat zij luisterden che loro ascoltassero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb geluisterd che io abbia ascoltato
dat je hebt geluisterd che tu abbia ascoltato
dat hij / zij heeft geluisterd che lui / lei abbia ascoltato
dat wij hebben geluisterd che noi abbiamo ascoltato
dat jullie hebben geluisterd che voi abbiate ascoltato
dat zij hebben geluisterd che loro abbiano ascoltato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had geluisterd che io avessi ascoltato
dat je had geluisterd che tu avessi ascoltato
dat hij / zij had geluisterd che lui / lei avesse ascoltato
dat wij hadden geluisterd che noi avessimo ascoltato
dat jullie hadden geluisterd che voi aveste ascoltato
dat zij hadden geluisterd che loro avessero ascoltato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou luisteren io ascolterei
jij zou luisteren tu ascolteresti
hij / zij zou luisteren lui / lei ascolterebbe
wij zouden luisteren noi ascolteremmo
jullie zouden luisteren voi ascoltereste
zij zouden luisteren loro ascolterebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben geluisterd io avrei ascoltato
jij zou hebben geluisterd tu avresti ascoltato
hij / zij zou hebben geluisterd lui / lei avrebbe ascoltato
wij zouden hebben geluisterd noi avremmo ascoltato
jullie zouden hebben geluisterd voi avreste ascoltato
zij zouden hebben geluisterd loro avrebbero ascoltato
   
Gebiedende wijs Imperativo
luister ! (tu) ascolta !
luister ! (Lei) ascolti !
laten we luisteren ! (noi) ascoltiamo !
luister ! (voi) ascoltate !
luister ! (loro) ascoltino !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
luisterende ascoltante
   
Verleden tijd Passato
geluisterd hebbende ascoltato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al luisterend ascoltando
   
Verleden tijd Passato
geluisterd hebbend avendo ascoltato







Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?