Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 490
Deze week 1597
Deze maand 10337
Sinds 10-2008 2946592

Lezen - Leggere




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te lezen leggere
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik lees io leggo
jij leest tu leggi
hij / zij leest lui / lei legge
wij lezen noi leggiamo
jullie lezen voi leggete
zij lezen loro leggono
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het lezen io sto leggendo
jij bent aan het lezen tu stai leggendo
hij / zij is aan het lezen lui / lei sta leggendo
wij zijn aan het lezen noi stiamo leggendo
jullie zijn aan het lezen voi state leggendo
zij zijn aan het lezen loro stanno leggendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik las io leggevo
jij las tu leggevi
hij / zij las lui / lei leggeva
wij lazen noi leggevamo
jullie lazen voi leggevate
zij lazen loro leggevano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gelezen io ho letto
jij hebt gelezen tu hai letto
hij / zij heeft gelezen lui / lei ha letto
wij hebben gelezen noi abbiamo letto
jullie hebben gelezen voi avete letto
zij hebben gelezen loro hanno letto
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gelezen io lessi
jij hebt gelezen tu leggesti
hij / zij heeft gelezen lui / lei lesse
wij hebben gelezen noi leggemmo
jullie hebben gelezen voi leggeste
zij hebben gelezen loro lessero
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gelezen io avevo letto
jij had gelezen tu avevi letto
hij / zij had gelezen lui / lei aveva letto
wij hadden gelezen noi avevamo letto
jullie hadden gelezen voi avevate letto
zij hadden gelezen loro avevano letto
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gelezen io ebbi letto
jij had gelezen tu avesti letto
hij / zij had gelezen lui / lei ebbe letto
wij hadden gelezen noi avemmo letto
jullie hadden gelezen voi aveste letto
zij hadden gelezen loro ebbero letto
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal lezen io leggerò
jij zal lezen tu leggerai
hij / zij zal lezen lui / lei leggerà
wij zullen lezen noi leggeremo
jullie zullen lezen voi leggerete
zij zullen lezen loro leggeranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gelezen io avrò letto
jij zal hebben gelezen tu avrai letto
hij / zij zal hebben gelezen lui / lei avrà letto
wij zullen hebben gelezen noi avremo letto
jullie zullen hebben gelezen voi avrete letto
zij zullen hebben gelezen loro avranno letto
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik lees che io legga
dat je leest che tu legga
dat hij / zij leest che lui / lei legga
dat wij lezen che noi leggiamo
dat jullie lezen che voi leggiate
dat zij lezen che loro leggano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik las che io leggessi
dat je las che tu leggessi
dat hij / zij las che lui / lei leggesse
dat wij lazen che noi leggessimo
dat jullie lazen che voi leggeste
dat zij lazen che loro leggessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gelezen che io abbia letto
dat je hebt gelezen che tu abbia letto
dat hij / zij heeft gelezen che lui / lei abbia letto
dat wij hebben gelezen che noi abbiamo letto
dat jullie hebben gelezen che voi abbiate letto
dat zij hebben gelezen che loro abbiano letto
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gelezen che io avessi letto
dat je had gelezen che tu avessi letto
dat hij / zij had gelezen che lui / lei avesse letto
dat wij hadden gelezen che noi avessimo letto
dat jullie hadden gelezen che voi aveste letto
dat zij hadden gelezen che loro avessero letto
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou lezen io leggerei
jij zou lezen tu leggeresti
hij / zij zou lezen lui / lei leggerebbe
wij zouden lezen noi leggeremmo
jullie zouden lezen voi leggereste
zij zouden lezen loro leggerebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gelezen io avrei letto
jij zou hebben gelezen tu avresti letto
hij / zij zou hebben gelezen lui / lei avrebbe letto
wij zouden hebben gelezen noi avremmo letto
jullie zouden hebben gelezen voi avreste letto
zij zouden hebben gelezen loro avrebbero letto
   
Gebiedende wijs Imperativo
lees ! (tu) leggi !
lees ! (Lei) legga !
laten we lezen ! (noi) leggiamo !
lees ! (voi) leggete !
lees ! (loro) leggano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
lezende leggente
   
Verleden tijd Passato
gelezen hebbende letto
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al lezend leggendo
   
Verleden tijd Passato
gelezen hebbend avendo letto







Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?