Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 495
Deze week 1602
Deze maand 10342
Sinds 10-2008 2946597

Kennen - Conoscere




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te kennen conoscere
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik ken io conosco
jij kent tu conosci
hij / zij kent lui / lei conosce
wij kennen noi conosciamo
jullie kennen voi conoscete
zij kennen loro conoscono
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het kennen io sto conoscendo
jij bent aan het kennen tu stai conoscendo
hij / zij is aan het kennen lui / lei sta conoscendo
wij zijn aan het kennen noi stiamo conoscendo
jullie zijn aan het kennen voi state conoscendo
zij zijn aan het kennen loro stanno conoscendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik kende io conoscevo
jij kende tu conoscevi
hij / zij kende lui / lei conosceva
wij kenden noi conoscevamo
jullie kenden voi conoscevate
zij kenden loro conoscevano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gekend io ho conosciuto
jij hebt gekend tu hai conosciuto
hij / zij heeft gekend lui / lei ha conosciuto
wij hebben gekend noi abbiamo conosciuto
jullie hebben gekend voi avete conosciuto
zij hebben gekend loro hanno conosciuto
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gekend io conobbi
jij hebt gekend tu conoscesti
hij / zij heeft gekend lui / lei conobbe
wij hebben gekend noi conoscemmo
jullie hebben gekend voi conosceste
zij hebben gekend loro conobbero
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gekend io avevo conosciuto
jij had gekend tu avevi conosciuto
hij / zij had gekend lui / lei aveva conosciuto
wij hadden gekend noi avevamo conosciuto
jullie hadden gekend voi avevate conosciuto
zij hadden gekend loro avevano conosciuto
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gekend io ebbi conosciuto
jij had gekend tu avesti conosciuto
hij / zij had gekend lui / lei ebbe conosciuto
wij hadden gekend noi avemmo conosciuto
jullie hadden gekend voi aveste conosciuto
zij hadden gekend loro ebbero conosciuto
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal kennen io conoscerò
jij zal kennen tu conoscerai
hij / zij zal kennen lui / lei conoscerà
wij zullen kennen noi conosceremo
jullie zullen kennen voi conoscerete
zij zullen kennen loro conosceranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gekend io avrò conosciuto
jij zal hebben gekend tu avrai conosciuto
hij / zij zal hebben gekend lui / lei avrà conosciuto
wij zullen hebben gekend noi avremo conosciuto
jullie zullen hebben gekend voi avrete conosciuto
zij zullen hebben gekend loro avranno conosciuto
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik ken che io conosca
dat je kent che tu conosca
dat hij / zij kent che lui / lei conosca
dat wij kennen che noi conosciamo
dat jullie kennen che voi conosciate
dat zij kennen che loro conoscano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik kende che io conoscessi
dat je kende che tu conoscessi
dat hij / zij kende che lui / lei conoscesse
dat wij kenden che noi conoscessimo
dat jullie kenden che voi conosceste
dat zij kenden che loro conoscessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gekend che io abbia conosciuto
dat je hebt gekend che tu abbia conosciuto
dat hij / zij heeft gekend che lui / lei abbia conosciuto
dat wij hebben gekend che noi abbiamo conosciuto
dat jullie hebben gekend che voi abbiate conosciuto
dat zij hebben gekend che loro abbiano conosciuto
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gekend che io avessi conosciuto
dat je had gekend che tu avessi conosciuto
dat hij / zij had gekend che lui / lei avesse conosciuto
dat wij hadden gekend che noi avessimo conosciuto
dat jullie hadden gekend che voi aveste conosciuto
dat zij hadden gekend che loro avessero conosciuto
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou kennen io conoscerei
jij zou kennen tu conosceresti
hij / zij zou kennen lui / lei conoscerebbe
wij zouden kennen noi conosceremmo
jullie zouden kennen voi conoscereste
zij zouden kennen loro conoscerebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gekend io avrei conosciuto
jij zou hebben gekend tu avresti conosciuto
hij / zij zou hebben gekend lui / lei avrebbe conosciuto
wij zouden hebben gekend noi avremmo conosciuto
jullie zouden hebben gekend voi avreste conosciuto
zij zouden hebben gekend loro avrebbero conosciuto
   
Gebiedende wijs Imperativo
ken ! (tu) conosci !
ken ! (Lei) conosca !
laten we kennen ! (noi) conosciamo !
ken ! (voi) conoscete !
ken ! (loro) conoscano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
kennende conoscente
   
Verleden tijd Passato
gekend hebbende conosciuto
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al kennend conoscendo
   
Verleden tijd Passato
gekend hebbend avendo conosciuto

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?