Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 497
Deze week 1604
Deze maand 10344
Sinds 10-2008 2946599

Huilen - Piangere




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te huilen piangere
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik huil io piango
jij huilt tu piangi
hij / zij huilt lui / lei piange
wij huilen noi piangiamo
jullie huilen voi piangete
zij huilen loro piangono
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het huilen io sto piangendo
jij bent aan het huilen tu stai piangendo
hij / zij is aan het huilen lui / lei sta piangendo
wij zijn aan het huilen noi stiamo piangendo
jullie zijn aan het huilen voi state piangendo
zij zijn aan het huilen loro stanno piangendo
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik huilde io piangevo
jij huilde tu piangevi
hij / zij huilde lui / lei piangeva
wij huilden noi piangevamo
jullie huilden voi piangevate
zij huilden loro piangevano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gehuild io ho pianto
jij hebt gehuild tu hai pianto
hij / zij heeft gehuild lui / lei ha pianto
wij hebben gehuild noi abbiamo pianto
jullie hebben gehuild voi avete pianto
zij hebben gehuild loro hanno pianto
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gehuild io piansi
jij hebt gehuild tu piangesti
hij / zij heeft gehuild lui / lei pianse
wij hebben gehuild noi piangemmo
jullie hebben gehuild voi piangeste
zij hebben gehuild loro piansero
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gehuild io avevo pianto
jij had gehuild tu avevi pianto
hij / zij had gehuild lui / lei aveva pianto
wij hadden gehuild noi avevamo pianto
jullie hadden gehuild voi avevate pianto
zij hadden gehuild loro avevano pianto
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gehuild io ebbi pianto
jij had gehuild tu avesti pianto
hij / zij had gehuild lui / lei ebbe pianto
wij hadden gehuild noi avemmo pianto
jullie hadden gehuild voi aveste pianto
zij hadden gehuild loro ebbero pianto
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal huilen io piangerò
jij zal huilen tu piangerai
hij / zij zal huilen lui / lei piangerà
wij zullen huilen noi piangeremo
jullie zullen huilen voi piangerete
zij zullen huilen loro piangeranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gehuild io avrò pianto
jij zal hebben gehuild tu avrai pianto
hij / zij zal hebben gehuild lui / lei avrà pianto
wij zullen hebben gehuild noi avremo pianto
jullie zullen hebben gehuild voi avrete pianto
zij zullen hebben gehuild loro avranno pianto
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik huil che io pianga
dat je huilt che tu pianga
dat hij / zij huilt che lui / lei pianga
dat wij huilen che noi piangiamo
dat jullie huilen che voi piangiate
dat zij huilen che loro piangano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik huilde che io piangessi
dat je huilde che tu piangessi
dat hij / zij huilde che lui / lei piangesse
dat wij huilden che noi piangessimo
dat jullie huilden che voi piangeste
dat zij huilden che loro piangessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gehuild che io abbia pianto
dat je hebt gehuild che tu abbia pianto
dat hij / zij heeft gehuild che lui / lei abbia pianto
dat wij hebben gehuild che noi abbiamo pianto
dat jullie hebben gehuild che voi abbiate pianto
dat zij hebben gehuild che loro abbiano pianto
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gehuild che io avessi pianto
dat je had gehuild che tu avessi pianto
dat hij / zij had gehuild che lui / lei avesse pianto
dat wij hadden gehuild che noi avessimo pianto
dat jullie hadden gehuild che voi aveste pianto
dat zij hadden gehuild che loro avessero pianto
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou huilen io piangerei
jij zou huilen tu piangeresti
hij / zij zou huilen lui / lei piangerebbe
wij zouden huilen noi piangeremmo
jullie zouden huilen voi piangereste
zij zouden huilen loro piangerebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gehuild io avrei pianto
jij zou hebben gehuild tu avresti pianto
hij / zij zou hebben gehuild lui / lei avrebbe pianto
wij zouden hebben gehuild noi avremmo pianto
jullie zouden hebben gehuild voi avreste pianto
zij zouden hebben gehuild loro avrebbero pianto
   
Gebiedende wijs Imperativo
huil ! (tu) piangi !
huil ! (Lei) pianga !
laten we huilen ! (noi) piangiamo !
huil ! (voi) piangete !
huil ! (loro) piangano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
huilende piangente
   
Verleden tijd Passato
gehuild hebbende pianto
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al huilend piangendo
   
Verleden tijd Passato
gehuild hebbend avendo pianto







Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?