Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Italië-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Italië heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Italië

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 260
Deze week 691
Deze maand 9108
Sinds 10-2008 2975375

Geven - Dare




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te geven dare
   
Tegenwoordige tijd Presente
ik geef io do, dò
jij geeft tu dai
hij / zij geeft lui / lei dà, da
wij geven noi diamo
jullie geven voi date
zij geven loro dànno, danno
   
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het geven io sto dando
jij bent aan het geven tu stai dando
hij / zij is aan het geven lui / lei sta dando
wij zijn aan het geven noi stiamo dando
jullie zijn aan het geven voi state dando
zij zijn aan het geven loro stanno dando
   
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik gaf io davo
jij gaf tu davi
hij / zij gaf lui / lei dava
wij gaven noi davamo
jullie gaven voi davate
zij gaven loro davano
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik heb gegeven io ho dato
jij hebt gegeven tu hai dato
hij / zij heeft gegeven lui / lei ha dato
wij hebben gegeven noi abbiamo dato
jullie hebben gegeven voi avete dato
zij hebben gegeven loro hanno dato
   
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik heb gegeven io diedi, detti
jij hebt gegeven tu desti
hij / zij heeft gegeven lui / lei diede, dette
wij hebben gegeven noi demmo
jullie hebben gegeven voi deste
zij hebben gegeven loro diedero, dettero
   
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik had gegeven io avevo dato
jij had gegeven tu avevi dato
hij / zij had gegeven lui / lei aveva dato
wij hadden gegeven noi avevamo dato
jullie hadden gegeven voi avevate dato
zij hadden gegeven loro avevano dato
   
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik had gegeven io ebbi dato
jij had gegeven tu avesti dato
hij / zij had gegeven lui / lei ebbe dato
wij hadden gegeven noi avemmo dato
jullie hadden gegeven voi aveste dato
zij hadden gegeven loro ebbero dato
   
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal geven io darò
jij zal geven tu darai
hij / zij zal geven lui / lei darà
wij zullen geven noi daremo
jullie zullen geven voi darete
zij zullen geven loro daranno
   
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal hebben gegeven io avrò dato
jij zal hebben gegeven tu avrai dato
hij / zij zal hebben gegeven lui / lei avrà dato
wij zullen hebben gegeven noi avremo dato
jullie zullen hebben gegeven voi avrete dato
zij zullen hebben gegeven loro avranno dato
   
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik geef che io dia
dat je geeft che tu dia
dat hij / zij geeft che lui / lei dia
dat wij geven che noi diamo
dat jullie geven che voi diate
dat zij geven che loro diano
   
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik gaf che io dessi
dat je gaf che tu dessi
dat hij / zij gaf che lui / lei desse
dat wij gaven che noi dessimo
dat jullie gaven che voi deste
dat zij gaven che loro dessero
   
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik heb gegeven che io abbia dato
dat je hebt gegeven che tu abbia dato
dat hij / zij heeft gegeven che lui / lei abbia dato
dat wij hebben gegeven che noi abbiamo dato
dat jullie hebben gegeven che voi abbiate dato
dat zij hebben gegeven che loro abbiano dato
   
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik had gegeven che io avessi dato
dat je had gegeven che tu avessi dato
dat hij / zij had gegeven che lui / lei avesse dato
dat wij hadden gegeven che noi avessimo dato
dat jullie hadden gegeven che voi aveste dato
dat zij hadden gegeven che loro avessero dato
   
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou geven io darei
jij zou geven tu daresti
hij / zij zou geven lui / lei darebbe
wij zouden geven noi daremmo
jullie zouden geven voi dareste
zij zouden geven loro darebbero
   
Verleden tijd Passato
ik zou hebben gegeven io avrei dato
jij zou hebben gegeven tu avresti dato
hij / zij zou hebben gegeven lui / lei avrebbe dato
wij zouden hebben gegeven noi avremmo dato
jullie zouden hebben gegeven voi avreste dato
zij zouden hebben gegeven loro avrebbero dato
   
Gebiedende wijs Imperativo
geef ! (tu) dà, dai, da' !
geef ! (Lei) dia !
laten we geven ! (noi) diamo !
geef ! (voi) date !
geef ! (loro) diano !
   
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
gevende dante
   
Verleden tijd Passato
gegeven hebbende dato
   
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al gevend dando
   
Verleden tijd Passato
gegeven hebbend avendo dato

 

 








Citaat van de dag

"De grenzen van mijn taal vormen de grenzen van mijn wereld.
I limiti del mio linguaggio significano i limiti del mio mondo. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?