Agenda en uitgaanstips

Evenementen in Nederland

 

16 mei

Film: Riso Amaro

Dante Amsterdam vertoont deze dramafilm uit 1949.

 

1 t/m 3 juni

Het Itali√ę-Evenement

Op Kasteel de Haar in de provincie Utrecht komt iedereen samen die iets met Itali√ę heeft.

 

Feest- en gedenkdagen in Itali√ę

 

25 april

Festa della Liberazione

 

1 mei

Festa del Lavoro

 

2 juni

Festa della Repubblica

 

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 440
Deze week 1547
Deze maand 10287
Sinds 10-2008 2946542

Eindigen - Finire




 

 

In het Italiaans worden de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, etc.) meestal weggelaten. Hier staan ze voor de volledigheid wel vermeld.

 

 

Infinitief Infinito
te eindigen finire
Tegenwoordige tijd Presente
ik eindig io finisco
jij eindigt tu finisci
hij / zij eindigt lui / lei finisce
wij eindigen noi finiamo
jullie eindigen voi finite
zij eindigen loro finiscono
Tegenwoordig actieve tijd Presente progressive
ik ben aan het eindigen io sto finendo
jij bent aan het eindigen tu stai finendo
hij / zij is aan het eindigen lui / lei sta finendo
wij zijn aan het eindigen noi stiamo finendo
jullie zijn aan het eindigen voi state finendo
zij zijn aan het eindigen loro stanno finendo
Verleden tijd Passato
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
ik eindigde io finivo
jij eindigde tu finivi
hij / zij eindigde lui / lei finiva
wij eindigden noi finivamo
jullie eindigden voi finivate
zij eindigen loro finivano
Voltooid tegenwoordige tijd
(nabije verleden)
Passato prossimo
ik ben geŽindigd io ho finito
jij bent geŽindigd tu hai finito
hij / zij is geŽindigd lui / lei ha finito
wij zijn geŽindigd noi abbiamo finito
jullie zijn geŽindigd voi avete finito
zij zijn geŽindigd loro hanno finito
Voltooid tegenwoordige tijd
(verre verleden)
Passato remoto
ik ben geŽindigd io finii
jij bent geŽindigd tu finisti
hij / zij is geŽindigd lui / lei finž
wij zijn geŽindigd noi finimmo
jullie zijn geŽindigd voi finiste
zij zijn geŽindigd loro finirono
Voltooid verleden tijd
(nabije verleden)
Trapassato prossimo
ik was geŽindigd io avevo finito
jij was geŽindigd tu avevi finito
hij / zij was geŽindigd lui / lei aveva finito
wij waren geŽindigd noi avevamo finito
jullie waren geŽindigd voi avevate finito
zij waren geŽindigd loro avevano finito
Voltooid verleden tijd
(verre verleden)
Trapassato remoto
ik was geŽindigd io ebbi finito
jij was geŽindigd tu avesti finito
hij / zij was geŽindigd lui / lei ebbe finito
wij waren geŽindigd noi avemmo finito
jullie waren geŽindigd voi aveste finito
zij waren geŽindigd loro ebbero finito
Toekomende tijd Futuro
Onvoltooid toekomende tijd Futuro semplice
ik zal eindigen io finirÚ
jij zal eindigen tu finirai
hij / zij zal eindigen lui / lei finirŗ
wij zullen eindigen noi finiremo
jullie zullen eindigen voi finirete
zij zullen eindigen loro finiranno
Voltooid toekomstige tijd Futuro anteriore
ik zal zijn geŽindigd io avrÚ finito
jij zal zijn geŽindigd tu avrai finito
hij / zij zal zijn geŽindigd lui / lei avrŗ finito
wij zullen zijn geŽindigd noi avremo finito
jullie zullen zijn geŽindigd voi avrete finito
zij zullen zijn geŽindigd loro avranno finito
Aanvoegende wijs Congiuntivo
Tegenwoordige tijd Presente
dat ik eindig che io finisca
dat je eindigt che tu finisca
dat hij / zij eindigt che lui / lei finisca
dat wij eindigen che noi finiamo
dat jullie eindigen che voi finiate
dat zij eindigen che loro finiscano
Onvoltooid verleden tijd Imperfetto
dat ik eindigde che io finissi
dat je eindigde che tu finissi
dat hij / zij eindigde che lui / lei finisse
dat wij eindigden che noi finissimo
dat jullie eindigden che voi finiste
dat zij eindigden che loro finissero
Voltooid tegenwoordige tijd Passato
dat ik ben geŽindigd che io abbia finito
dat je bent geŽindigd che tu abbia finito
dat hij / zij is geŽindigd che lui / lei abbia finito
dat wij zijn geŽindigd che noi abbiamo finito
dat jullie zijn geŽindigd che voi abbiate finito
dat zij zijn geŽindigd che loro abbiano finito
Voltooid verleden tijd Trapassato
dat ik was geŽindigd che io avessi finito
dat je was geŽindigd che tu avessi finito
dat hij / zij was geŽindigd che lui / lei avesse finito
dat wij waren geŽindigd che noi avessimo finito
dat jullie waren geŽindigd che voi aveste finito
dat zij waren geŽindigd che loro avessero finito
Voorwaardelijke wijs Condizionale
Tegenwoordige tijd Presente
ik zou eindigen io finirei
jij zou eindigen tu finiresti
hij / zij zou eindigen lui / lei finirebbe
wij zouden eindigen noi finiremmo
jullie zouden eindigen voi finireste
zij zouden eindigen loro finirebbero
Verleden tijd Passato
ik zou zijn geŽindigd io avrei finito
jij zou zijn geŽindigd tu avresti finito
hij / zij zou zijn geŽindigd lui / lei avrebbe finito
wij zouden zijn geŽindigd noi avremmo finito
jullie zouden zijn geŽindigd voi avreste finito
zij zouden zijn geŽindigd loro avrebbero finito
Gebiedende wijs Imperativo
eindig ! (tu) finisci !
eindig ! (Lei) finisca !
laten we eindigen ! (noi) finiamo !
eindig ! (voi) finite !
eindig ! (loro) finiscano !
Deelwoord Participio
tegenwoordige tijd Presente
eindigende finente
Verleden tijd Passato
geŽindigd zijnde finito
Gerundium Gerundio
Tegenwoordige tijd Presente
al eindigend finendo
Verleden tijd Passato
geŽindigd zijnd avendo finito







Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Un linguaggio diverso è una diversa visione della vita. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Met de opbrengst van reclame wordt het onderhoud van de site betaald en sparen we voor nieuwe investeringen zoals geluidsbestanden.
Wilt u ook adverteren op deze site?